Jonkie
Ik was nog een jonkie in mijn eerste echte management job. Als mensen me vroegen wat ik deed, kwam er steevast een lichte blos op mijn wangen. Ik stuntelde en probeerde wat termen uit die niet gek of overtrokken voelde. Het antwoord: ik ben manager voelde simpelweg ongemakkelijk. Ik ben verre van een onzeker type, althans op veel vlakken ben ik dat. Verre van onzeker. Maar als het neerkomt op ‘wie ik ben’ wat in Nederland synoniem is voor ‘wat doe jij’ slaat de paniek nog net niet toe. Ja wat doe ik eigenlijk.
Tegen de tijd dat ik mijn carrière als HR Director aan de tropische palmen hing, kwam het er makkelijker uit. Wat grijze haren, een duidelijke staat van dienst en niemand die gek opkijkt als ik antwoordde: Director HR. Heerlijk om dit direct, concreet en zonder te blozen te antwoorden. Lekker kort en concreet. Strik er om.
Dependant
In de opvolgende jaren vertoefde ik in het buitenland voor de baan van mijn man en voor mijn avontuur. Daar begon het ongemak opnieuw, als de vraag gesteld werd: “en wat doe jij?” Ik stuntelde weer wat en probeerde wat antwoorden uit waarbij vrijwilligerswerk, sabbatical en een eigen bedrijfJE steevast onderdeel van het antwoord was. Of ik reageerde opstandig met: “zo min mogelijk” en “Dependant”. Dat laatste vond ik eigenlijk het lekkerste antwoord. Het makkelijkste ook. Omdat het ongemak teruggekaatst wordt, of op z’n minst afgekaatst. Hoezo moet je wat doen om iemand te zijn? En wat is überhaupt een antwoord dat volstaat?
Ongemak
In die jonge jaren leverde mijn functie bij anderen overigens ook wel eens ongemak op bij de ander. Zo vroeg een leverancier me destijds, voor welke afdelingen of depots ik HR verantwoordelijk was. Toen ik vertelde dat ik de landelijke eindverantwoording droeg, was de vraagsteller (een vrouw nota bene) zichtbaar verrast. ‘Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?’ vroeg ze ongelovig. Mijn antwoord was spitsvondig en verre van onzeker. Er viel een ongemakkelijke stilte, waarna ze in lachen uit barstte. Om zichzelf. Om haar stupide reactie. En om mijn antwoord, dat ik je zal onthouden.
In diezelfde periode bekeek een collega me van top tot teen om vervolgens tegen de de HR adviseur te zeggen: ‘Wow, dus zij is jouw baas’. Waarop de adviseur reageerde: ‘Een hond heeft een baas’. En zo is het. Alhoewel, nu ik jaren later een hond heb, vraag ik me zelfs af of dat wel klopt.
Onmacht of kracht
Groei ontstaat wanneer je onzekerheid toelaat. Twijfelen en onzekerheid zijn geen uiting van onmacht, maar van kracht. En als je me nu vraagt wie ik ben of wat ik doe? Ik ben gestopt met het zoeken naar de perfecte functietitel of het verdedigen van mijn staat van dienst. Mijn meest pure antwoord is tegenwoordig: ik ben op een eeuwigdurende puzzeltocht.
Plaats een reactie